Veel verhuurders hebben de afgelopen periode flink geïnvesteerd in duurzame energie. Daarbij is er verwarring ontstaan over de manier waarop deze investeringen kunnen worden doorberekend aan de huurder: moet dat in de kale huurprijs? Of kan het ook via de servicekosten? In dit artikel leest u er meer over.

Uitspraken gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

De verwarring die ik hierboven beschreef komt goed tot uiting in een geschil dat speelde voor het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. In dit geschil huurden de bewoners een appartement met een WKO-installatie voor warmte en warm tapwater. Deze WKO-installatie was geen eigendom van de woningstichting, maar van de leverancier van energie. 

De huurders hadden geen contract met de ‘echte’ leverancier. Dat was ook niet nodig, want op grond van de Warmtewet was de woningstichting de leverancier (individuele huurders hadden een aansluiting van 100 kilowatt). Nadat de huurders de eerste jaren op kosten van de woningstichting hadden gestookt, wilde de woningstichting deze kosten op enig moment in rekening gaan brengen, via de servicekosten. Een aantal huurders weigerde echter het vastrecht te betalen, aangezien zij van mening waren dat het vastrecht in de kale huurprijs verdisconteerd moest worden. In eerste instantie stelde de kantonrechters de huurders in het ongelijk, waarna een hoger beroep volgde bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Een belangrijke vraag die het gerechtshof in dit geschil moest beantwoorden was of de WKO-installatie een onroerende aanhorigheid was, en daarmee behoorde tot de woonruimte (in de zin van artikel 7:233 van het Burgerlijk Wetboek). De woningstichting was van mening van niet. Het gerechtshof oordeelde in een tussenuitspraak van 9 juli 2019 van wel. Het gevolg daarvan was dat de woningstichting de aanleg- en onderhoudskosten van de WKO-installatie niet apart aan de huurders in rekening had mogen brengen. Deze kosten moesten geacht worden te zijn inbegrepen in de kale huurprijs, aldus het hof. Ook in de einduitspraak van 24 maart 2020 bleef het gerechtshof bij dit standpunt, ondanks een verzoek om heroverweging van de woningstichting. 

Wijziging besluit servicekosten

Hoewel dit standpunt van het hof de bestendige lijn is, ontstaat er in de praktijk soms toch nog verwarring. Er worden dan ook regelmatig procedures gevoerd over WKO-installaties en de huurprijs. 

Inmiddels is de wetgever van plan om het Besluit Servicekosten te wijzigen. In artikel 1 van bijlage 1 van het Besluit zal een nieuw onderdeel worden toegevoegd, op grond waarvan ook collectieve installaties en daarmee verbonden apparatuur voor het leveren van warmte worden gerekend tot de servicekosten. Hierdoor wordt het voor verhuurders mogelijk om alle kosten die zijn verbonden aan de levering van warmte/koude, en dus ook de aanleg- en onderhoudskosten van de verwarmingsinstallatie, via de servicekosten aan de huurder in rekening te brengen. Hopelijk komt er daarmee definitief een einde aan de verwarring, maar tot die tijd mogen verhuurders de aanleg- en onderhoudskosten van WKO-installaties alleen via de kale huurprijs in rekening brengen.

Vragen?

Heeft u hier vragen over? Of een andere vraag over het huurrecht? Dan kunt u natuurlijk altijd contact opnemen met Ilse Sinnige, via i.sinnige@oprecht.nl of 0229-285070.