De maatregelen die overheden hebben genomen om de uitbraak van het coronavirus in te dammen, hebben het openbare leven stilgelegd. Niet alleen restaurants, bioscopen en theaters zijn dicht, ook sportaccomodaties worden niet meer gebruikt. Voor welke juridische dilemma’s staan sportverenigingen tijdens deze crisis?

Huur doorbetalen of niet?

Op dit moment zijn alle sportparken en -hallen gesloten. Sportverenigingen kunnen er dus geen gebruik van maken, terwijl zij wel huur moeten betalen. Veel sportclubs hebben hun verhuurders (gemeenten of private vastgoedeigenaren) al benaderd met het verzoek de huurbetalingen op te schorten of kwijt te schelden. 

Gemeenten

De Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) heeft gemeenten echter verzocht om op deze verzoeken nog geen beslissing te nemen, in afwachting van een landelijke regeling. De VSG is in overleg met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Binnenlandse zaken om tot een brede compensatieregeling voor gemeenten te komen. 

In de tussentijd kiezen veel gemeenten voor coulance bij het innen van de huur. Zij laten de huur wel doorlopen, maar bieden verenigingen de mogelijkheid tot uitstel van betaling. Deze uitstelmogelijkheid is er ook voor OZB-heffingen en andere gemeentelijke belastingen. Op een later moment wordt gekeken hoe er gecompenseerd moet worden. Deze aanpak heeft als voordeel dat veel sportverenigingen, aangezien hun vaste lasten blijven doorlopen, op grond van de TOGS-maatregel in aanmerking komen voor eenmalige uitkering van 4.000 euro.

Private vastgoedeigenaren

Zelfs als zij zouden willen, kunnen veel private vastgoedeigenaren – gelet op hun eigen financiële verplichtingen en reserves – niet dezelfde coulance aan de dag leggen als gemeenten. Op dit moment is echter ook nog niet bekend hoe rechters met deze crisis om zullen gaan. Zo bestaat het risico dat  de coronacrisis wordt gekwalificeerd  als een onvoorziene omstandigheid, op grond waarvan de huurovereenkomst aangepast mag worden. Bovendien zou een sportvereniging mogelijk (gedeeltelijk) de overeenkomst met de eigenaren kunnen ontbinden, waardoor er gedurende een bepaalde tijd geen huur wordt voldaan.

Het  verdient aanbeveling aan partijen  om niet het juridische gevecht aan te gaan, maar in goed onderling overleg met elkaar  te zoeken naar (tijdelijke) oplossingen voor deze problematiek. De redelijkheid en billijkheid  brengt mee, mede gelet op de sociaal-maatschappelijk functie van sportverenigingen, dat de eigenaren niet onverkort vasthouden aan het adagium contract is contract.

Ledenvergadering uitstellen?

Het voorjaar is de periode waarin de meeste clubs hun ledenvergadering houden. Op grond van de wet en statuten moet dit voor 30 juni gebeuren, aangezien jaarrekeningen moeten worden vastgesteld en decharge aan het bestuur moet worden verleend. Tegelijkertijd is dit ook vaak de periode waarin begrotingen voor het volgend seizoen worden goedgekeurd, plannen worden besproken en bestuurders worden benoemd. Deze ledenvergaderingen gaan nu niet door.

Hoewel het Burgerlijk Wetboek faciliteiten biedt om digitaal te vergaderen en het stemrecht digitaal uit te oefenen, hebben niet alle verenigingen in hun statuten van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Om te voorkomen dat uitstel van de ledenvergadering leidt tot het niet-naleven van wettelijke termijnen en om – als dat echt nodig is – toch rechtsgeldige besluiten te kunnen nemen, heeft de Tweede Kamer op dit moment een spoedwet (de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) in behandeling. Als deze spoedwet wordt aangenomen:

  • Mag het bestuur besluiten om de periode waarbinnen de jaarrekening moet worden vastgesteld en decharge moet worden verleend met 4 maanden te verlengen.
  • Wordt het mogelijk om elektronisch te vergaderen en te stemmen. Hiervoor geldt dan wel een aantal voorwaarden. Zo moet de vergadering moet voor leden langs elektronische weg te volgen zijn, bijvoorbeeld via een livestream (audio of video). Ook moeten leden tot in ieder geval 72 uur voorafgaand aan de vergadering in de gelegenheid worden gesteld vragen te stellen over de onderwerpen op de agenda. Als het even kan moeten leden ook tijdens de vergadering vragen kunnen stellen. De vragen moeten op de vergadering zelf beantwoord worden en de antwoorden moeten (bijvoorbeeld via de website)  toegankelijk worden gemaakt. Ook mag het bestuur beslissen dat het stemrecht alleen elektronisch kan worden uitgeoefend, waarbij eventueel voorafgaand aan de vergadering uitgebrachte stemmen meetellen.

Het wetsvoorstel is op 8 april bij de Tweede Kamer ingediend. Zodra zowel de Tweede als de Eerste Kamer met het voorstel hebben ingestemd, gaat het met terugwerkende kracht vanaf 23 maart 2020 in. De wet is tijdelijk en vervalt in principe per 1 september 2020.

Contributie teruggeven of compenseren?

Leden van sportverenigingen kunnen op dit moment geen gebruik maken van de faciliteiten van hun club. Zij kunnen niet trainen, er zijn geen wedstrijden. Competities zijn tijdelijk stilgelegd of soms al stopgezet. De kans is heel groot dat de meeste activiteiten dit seizoen niet meer kunnen worden ingehaald, terwijl veel leden al wel voor een heel seizoen contributie hebben betaald. Veel sportverenigingen vragen zich dan ook af of zij de contributie moeten compenseren. En of zij zelf ook minder contributie aan hun bond mogen afdragen.

Het antwoord daarop is in de meeste gevallen ontkennend. Contributie is – anders dan bijvoorbeeld het lidmaatschap van een sportschool – geen tegenprestatie voor het kunnen sporten. Contributie is er voor het lidmaatschap van een vereniging. Op grond van de wet hebben leden geen recht op teruggave of compensatie, tenzij de statuten anders bepalen. Ditzelfde geldt overigens voor de contributie die verenigingen betalen aan hun sportbond.

Afhankelijk van wat er in de statuten staat is dit voor veel sportverenigingen wellicht een enigszins geruststellende gedachte. Het is tenslotte een onzekere tijd. Toch moeten clubs er ook rekening mee houden dat er wellicht gezinnen lid zijn van hun club die financieel hard zullen worden getroffen door deze crisis. Om zich solidair met hen te tonen zouden clubs daarom een ‘noodfonds’ kunnen inrichten voor leden die hun contributieverplichtingen niet meer na kunnen komen. Op hun beurt zouden sportbonden soepel om kunnen gaan met de incasso van het lidmaatschapsgeld. Bonden hebben immers betere toegang tot eventuele fondsen van het Rijk.

Vragen?

Heeft u vragen dit artikel? Over de spoedwet of over andere juridische dilemma’s waar sportverenigingen tijdens de coronacrisis mee te maken krijgen? Op de website van NOC*NSF vindt u veel informatie. Ook kunt u altijd contact opnemen met Martijn Helmstrijd via m.helmstrijd@oprecht.nl of telefoonnummer 0229-285070.