Concernfinanciering voelt vaak als een interne kwestie. U schuift geld van de ene vennootschap naar de andere en regelt onderling hoe dat wordt terugbetaald. Toch ontstaat juist binnen concernstructuren veel gedoe over pandrechten. Want wat intern logisch lijkt, blijkt juridisch vaak niet houdbaar. In dit slotartikel van de reeks Pandrecht voor Ondernemers leggen wij uit hoe u zekerheden binnen uw groep wél goed regelt.
Pandrecht moet landen waar de zekerheden zitten
Stel: uw holding verstrekt een lening aan de werkmaatschappij. U wilt zekerheden. Logisch. Maar op welk niveau vestigt u het pandrecht?
Een pandrecht moet altijd aansluiten bij de activa waar het betrekking op heeft. Zit de voorraad, de debiteuren of het materieel in een onderliggende werkmaatschappij? Dan moet het pandrecht ook door die werkmaatschappij worden gevestigd. Doet u dat niet, dan verpandt u niets van waarde. Een pandakte biedt dan schijnzekerheid, en bij faillissement of beslag valt er niets te verhalen.
Ook hier geldt wat we eerder aangaven in het tweede artikel uit deze reeks: het maakt niet uit of partijen tot hetzelfde concern behoren. Juridisch telt alleen wie partij is bij de lening en wie juridisch eigenaar is van de verpande zaken.
Zo regelt u het goed: vier do’s en don’ts
Veel ondernemers regelen pandrechten wel, maar niet goed. Met deze tips voorkomt u de meest gemaakte fouten:
Kijk per vennootschap naar de activa:
Breng in kaart waar de vorderingen, goederen of andere verhaalsobjecten zich bevinden. Vestig het pandrecht op naam van de vennootschap die juridisch eigenaar is.
Leg interne leningen schriftelijk vast:
Regel het net zo zorgvuldig als bij externe financiering. Gebruik een duidelijke pandakte, met correcte omschrijving van de vordering en tijdige registratie.
Voorkom botsing met bestaande bankrechten:
Controleer of er al pandrechten zijn gevestigd ten gunste van externe financiers. Overleg eventueel over een tweede pandrecht of afwijkende rangorde.
Verwacht geen dekking zonder vervolgpandakten:
Nieuwe vorderingen of voorraad ontstaan voortdurend. Werk dus met een verzamelakte en leg periodiek nieuwe lijsten vast.
Pandrecht is geen eigendom
Een hardnekkig misverstand: ondernemers denken dat een pandrecht hen eigenaar maakt van de verpande goederen. Dat is niet zo. Het pandrecht geeft een verhaalsrecht, geen eigendom. U mag pas uitwinnen als de schuldenaar in verzuim is. Tot dat moment blijft de pandgever eigenaar en beheerder.
Dat maakt het extra belangrijk om uw positie vooraf goed vast te leggen. Curatoren, banken en de fiscus kijken bij uitwinning scherp naar de juridische houdbaarheid van het pandrecht. Zeker bij concernfinanciering, waar interne afspraken vaak informeel blijven.
Interne financiering vraagt externe discipline
Concernfinanciering vereist dezelfde juridische scherpte als externe financiering. Vertrouwen binnen de groep is belangrijk, maar zekerheid ontstaat alleen door correcte vastlegging op het juiste niveau. Dat voorkomt discussie met curatoren, fiscus en financiers als het erop aankomt.
Wilt u zeker weten dat uw interne zekerheden goed zijn geregeld? Neem dan contact op met Martijn Helmstrijd, via m.helmstrijd@oprecht.nl of 0229-285070. Wij kijken graag met u mee.