Een pandrecht versterkt uw positie als financier. Maar wat betekent dat als het echt misgaat? Veel ondernemers denken dat een pandrecht altijd voorrang geeft. In de praktijk blijkt dat genuanceerder. Zeker bij een faillissement of beslag blijkt pas hoe sterk uw pandrecht daadwerkelijk is. In dit vierde artikel van de reeks Pandrecht voor Ondernemers leggen wij uit hoe het werkt als de fiscus en/of de curator in beeld komen.

De fiscus gaat soms tóch voor: het bodemrecht uitgelegd
U heeft een pandrecht op de inventaris van uw onderneming. Dan bent u zeker van uw zaak, toch? Niet altijd. De Belastingdienst heeft in bepaalde gevallen namelijk voorrang, zelfs als u eerder een geldig pandrecht heeft gevestigd. Dat komt door het zogenoemde ‘bodemrecht’ of ‘bodemvoorrecht’ van de fiscus.

Het bodemrecht geeft de fiscus het recht om beslag te leggen op bodemzaken: bedrijfsmiddelen die zich op de bodem van de onderneming bevinden en nodig zijn voor de bedrijfsvoering. Denk aan bureaus, machines, computers, stellingen en gereedschap. Als deze zaken zich bij de onderneming zelf bevinden, mag de fiscus ze uitwinnen vóór de pandhouders. Alleen als u als financier de verpande goederen zelf fysiek in bezit heeft (bijvoorbeeld via vuistpand; zie hiervoor het artikel ‘Zo legt u een pandrecht goed vast: van pandakte tot registratie’), verliest het bodemrecht zijn werking; maar dat komt in de praktijk niet vaak voor.

Let op: het bodemrecht speelt niet alleen bij faillissement. Ook als er (nog) geen sprake is van faillissement, kan de Belastingdienst beslag leggen op bodemzaken, bijvoorbeeld bij een openstaande belastingschuld. In dat geval kondigt de fiscus het beslag aan en mag zij, na het verstrijken van een wachttijd, de zaken verkopen. Als pandhouder verliest u dan vaak alsnog uw zekerheid, behalve als het pandrecht op een andere manier is beschermd (bijvoorbeeld door vuistpand of uitplaatsing van goederen).

Niet alles valt onder het bodemrecht
Het bodemrecht geldt alleen voor roerende zaken die zich ‘op de bodem’ van de belastingplichtige bevinden. Voor u als ondernemer is het goed om te weten welke zaken buiten het bodemrecht vallen. Voorraden worden bijvoorbeeld niet aangemerkt als bodemzaken, omdat ze zijn bestemd voor de verkoop en niet voor duurzaam gebruik binnen het bedrijf. Ook voertuigen, zoals bestelwagens of bedrijfsauto’s, vallen buiten het bodemrecht. Die bevinden zich meestal niet op de bodem van de onderneming. En zaken die zijn opgeslagen bij een derde (bijvoorbeeld een extern magazijn), vallen niet onder het bodemrecht. Tot slot blijven ook vorderingen op klanten, aandelen of intellectuele eigendomsrechten buiten schot.

Let op: bij concernstructuren denken veel ondernemers dat het pandrecht voldoende is geregeld, terwijl de goederen zich in een andere entiteit bevinden. In dat geval heeft u als pandhouder in de praktijk weinig grip én gaat de fiscus mogelijk tóch voor.

Faillissement: wat gebeurt er met uw pandrecht?
Bij een faillissement krijgt de curator het beheer over alle activa van de failliete onderneming. Uw pandrecht blijft bestaan, maar de curator bepaalt hoe en wanneer er wordt uitgewonnen. U mag dus niet zelf verkopen of goederen meenemen. In de meeste gevallen verkoopt de curator de verpande zaken en draagt hij de opbrengst, na aftrek van alle kosten, aan u af.

De curator kan ook kiezen voor een ‘stille executie’: u vindt samen een koper, waarna de verkoopopbrengst naar u gaat. Dat is vaak gunstiger dan een executieveiling, zeker bij machines of voorraden met specifieke waarde voor de onderneming. Goed overleg met de curator is dan van belang.

Wat mag u als pandhouder zelf doen?
U mag het pandrecht inroepen als de schuldenaar in verzuim is. Toch mag u, zoals hiervoor aangegeven, tijdens een faillissement niet zomaar overgaan tot uitwinning. U moet altijd overleggen met de curator en rekening houden met diens bevoegdheden.

Wat u niet mag:

  • zelf de voorraad meenemen uit het magazijn
  • machines verkopen zonder toestemming van de curator
  • vorderingen innen buiten medeweten van de curator

Wat u wel mag:

  • de curator verzoeken om tot verkoop over te gaan
  • zelf een koper aandragen (met toestemming)
  • uw pandrecht activeren en aanspraak maken op de opbrengst

Let op: buiten faillissement mag u zelfstandig uitwinnen. Gaat het echter om bodemzaken? Dan bent u verplicht dit van tevoren schriftelijk te melden aan de Belastingdienst. Doet u dat niet, dan loopt u het risico dat de fiscus uw uitwinning aanvecht of schadevergoeding eist. U ziet: uw pandrecht geeft u rechten, maar ook verplichtingen.

Juist in crisissituaties telt een goed pandrecht
Als het misgaat, telt elk detail. Een vergeten registratie, een te nauwe omschrijving of ontbrekende vervolgpandakte kunnen u de das omdoen. Juist in een faillissement kijkt de curator scherp naar de geldigheid van uw pandrecht.

Daarom is het belangrijk dat u eerder in deze reeks beschreven stappen zorgvuldig doorloopt:

  • stel een pandakte op met heldere omschrijving van de vorderingen
  • gebruik eventueel een catch all-bepaling voor toekomstige vorderingen
  • werk met vervolgpandakten voor nieuwe voorraad of debiteuren
  • registreer elke (aanvullende) akte tijdig bij de Belastingdienst

Zo voorkomt u dat uw positie alsnog verdampt op het moment dat het erop aankomt.

Samenvattend
Een pandrecht biedt stevige zekerheid, maar geen absolute bescherming. De Belastingdienst kan u bij bodemzaken voor zijn. En in een faillissement bepaalt de curator hoe uitwinning plaatsvindt. Bbij fouten in de pandakte grijpt u alsnog mis. Maar met een goed vastgelegd pandrecht houdt u wél invloed, ook als het stormt.

In het vijfde en laatste artikel van deze reeks gaan we in op pandrechten binnen concernstructuren. Want daar ontstaan vaak misverstanden die ondernemers veel geld kosten.

Vragen over uw positie als pandhouder, of wilt u een bestaande akte laten controleren? Neem dan contact op met Martijn Helmstrijd, via m.helmstrijd@oprecht.nl of 0229-285070. We denken graag met u mee.