Bij een financiering vragen banken standaard om een pandrecht. Ondernemers die zélf geld in hun bedrijf stoppen, vergeten dat vaak. Daardoor missen zij de kans om hun positie veilig te stellen. In dit artikel leggen we uit wat een pandrecht is, hoe het werkt en waarom ook u hiermee uw zakelijke risico’s beperkt.
Dit artikel is het eerste in een serie over het pandrecht. In de komende artikelen lichten wij toe hoe u dit zekerheidsrecht effectief inzet. U leest onder meer hoe u een pandrecht correct vastlegt, welke vormen er bestaan en wat er speelt bij faillissement of groepsstructuren.
Wat is een pandrecht?
Een pandrecht is een zogenoemd zekerheidsrecht. U legt ermee vast dat u een vordering mag uitwinnen op bepaalde activa van een ander, als die zijn verplichtingen niet nakomt. Uitwinnen betekent: de verpande zaken verkopen en de opbrengst gebruiken om uw vordering betaald te krijgen. U kunt bijvoorbeeld een pandrecht vestigen op:
- voorraden
- vorderingen op klanten
- machines en inventaris
- aandelen in een werkmaatschappij
Met een pandrecht voorkomt u ook dat u bij een faillissement achteraan in de rij moet aansluiten. U heeft dan een sterkere positie dan gewone schuldeisers. Maar alleen als het pandrecht op de juiste manier is vastgelegd.
Waarom is dit voor u van belang?
Bij externe financiers is het pandrecht vaste prik. Maar wanneer ondernemers privé of vanuit een holding geld lenen aan de onderneming, gebeurt dat zelden. Het voelt intern en vertrouwd. Totdat het misgaat.
Zonder pandrecht komt u bij uitwinning vaak na de banken, leveranciers of zelfs de Belastingdienst. Ook bij onderhandelingen over herstructurering of verkoop staat u zwakker. Een goed gevestigd pandrecht geeft u wél zeggenschap. U vergroot uw onderhandelingsruimte, beschermt uw investering en voorkomt discussie.
Veelvoorkomende valkuilen bij pandrecht
In de praktijk gaat het vaak mis. Niet altijd omdat ondernemers niets regelen, maar vaak omdat zij niet weten wat er juridisch nodig is bij het vestigen van een pandrecht. Een aantal praktijkvoorbeelden:
Een onderhandse akte zonder registratie
Een pandrecht op vorderingen en roerende zaken is alleen geldig als het notarieel wordt vast gelegd of schriftelijk wordt vastgelegd én wordt geregistreerd bij de Belastingdienst. Zonder deze registratie is de akte waardeloos tegenover derden.
Eén pandakte, geen vervolgpandakte
Een stamakte dekt alleen de activa die op dat moment bestaan. Voor nieuwe voorraad of nieuwe vorderingen moet u een vervolgpandakte opstellen én registreren. Anders vervalt uw zekerheid.
Een te nauwe omschrijving van de vordering
Soms noemt de akte alleen een specifieke lening, terwijl er ook sprake is van een rekening-courantvordering. Die blijft dan ongedekt. Benoem dus het hele vorderingenpakket.
In het tweede artikel uit deze reeks leest u precies hoe u dit goed aanpakt: ‘Zo legt u een pandrecht goed vast: van pandakte tot registratie’
Geen rangorde-afspraken
Heeft de bank al een pandrecht? Dan komt u daar automatisch achteraan. Alleen als u expliciet een eerste pandrecht overeenkomt én registreert, heeft u voorrang.
Verkeerd niveau binnen het concern
Leent u als holding aan de werkmaatschappij, maar zitten de zekerheden in de onderliggende werkmaatschappij? Dan moet het pandrecht ook op naam van die werkmaatschappij worden gevestigd. Anders heeft u niets aan de akte.
Verwarring over bodemrecht van de fiscus
De Belastingdienst mag bepaalde zaken (zoals inventaris) als eerste uitwinnen, zelfs als daar een pandrecht op rust. Dat heet bodemrecht. Dat werkt door in uw positie als pandhouder.
Hierover leest u meer in het derde artikel uit deze reeks: ‘Rangorde van pandrechten: sta je vooraan of achteraan in de rij?’
Wat betekent dit voor u?
Zorg dat u grip houdt op uw eigen financieringen. Breng in kaart hoe u uw onderneming financiert. Controleer of u daar al zekerheden tegenover heeft gesteld. En regel het pandrecht op de juiste manier, zodat het standhoudt bij tegenslag. Let op:
- stel altijd een schriftelijke pandakte op
- registreer de akte bij de Belastingdienst of via de notaris
- gebruik vervolgpandakten voor nieuwe vorderingen of voorraad
- benoem de volledige vordering: lening én rekening-courant
- check de rangorde van pandrechten
- let op het vestigingsniveau bij concernstructuren
Vragen of twijfels? Neem dan contact op met Martijn Helmstrijd, via m.helmstrijd@oprecht.nl of 0229-285070. We kijken graag met u mee.