Een pandrecht versterkt uw positie als financier. Maar dat betekent niet automatisch dat u ook als eerste wordt uitbetaald als het misgaat. De rangorde van pandrechten bepaalt wie wanneer aan de beurt komt. In dit artikel leest u hoe die rangorde werkt, waarom banken meestal voorrang hebben en wat u kunt doen om uw positie veilig te stellen.

Dit artikel is het derde deel in de serie Pandrecht voor Ondernemers. Eerder legden we uit wat een pandrecht is en hoe u het correct vastlegt. In de volgende delen leest u wat er gebeurt bij faillissement en hoe de fiscus zich tot het pandrecht verhoudt.

Pandrecht: waarom rangorde ertoe doet
Bij een faillissement of betalingsachterstand geldt: de opbrengst uit verpande goederen wordt verdeeld volgens een vaste volgorde. De partij met het oudste of eerste gevestigde pandrecht staat vooraan. Volgt er een tweede pandrecht op dezelfde zaak? Dan schuift die pandhouder automatisch naar de tweede plek. Staat u achteraan, dan is de kans groot dat u (deels) achter het net vist.

Eerste versus tweede pandrecht
Een eerste pandrecht wordt meestal gevestigd door de bank, direct bij de financiering. Die laat de akte registreren of schakelt een notaris in. Komt er later een andere financier bij – bijvoorbeeld een DGA die geld uitleent aan de onderneming – dan kan alleen nog een tweede pandrecht worden gevestigd. Zonder aanvullende afspraken staat die ondernemer dus achteraan in de rij.

Een tweede pandhouder mag pas uitwinnen nadat het eerste pandrecht volledig is ingelost. Is er dan nog iets over? Dan komt de tweede aan de beurt. In de praktijk blijft er echter zelden iets over.

Hoe wordt de rangorde bepaald?
De volgorde hangt af van het moment van vestigen. Het tijdstip van registratie of notariële vastlegging bepaalt wie voorrang heeft. Een pandrecht dat op dinsdag is geregistreerd, gaat voor een pandrecht dat op donderdag is gevestigd. Alleen als partijen onderling afspraken maken over de rangorde, en die correct vastleggen, kan daarvan worden afgeweken.

Let op: de Belastingdienst heeft in sommige gevallen alsnog voorrang. Daarover leest u meer in – het nog te verschijnen – deel 4 van deze serie.

Waarom banken meestal vooraan staan
Banken werken standaard met pandrechten. Bij vrijwel elke zakelijke lening eisen zij zekerheden op voorraad, debiteuren, inventaris en soms ook op aandelen. Daardoor vestigen zij hun pandrechten vroeg, breed en zorgvuldig. Als ondernemer sluit u aan in de rij. Zeker bij concernfinanciering, waarbij de holding geld leent aan de werkmaatschappij, gebeurt het vaak dat dit niet of te laat wordt geregeld. Het gevolg: een zwakke positie bij uitwinning of herstructurering.

Wat kunt u doen?
Wilt u als ondernemer niet de laatste zijn in de uitdelingslijst? Dan is het van belang om strategisch om te gaan met pandrechten:

  • Vestig het pandrecht op tijd. Wacht niet tot er betalingsproblemen zijn. Regel het direct bij de lening of andere wijze van geldverstrekking.
  • Maak duidelijke afspraken over de rangorde. Check of de bank of andere financiers al pandrechten hebben. Overleg over een gelijkwaardige of afwijkende rangpositie als dat nodig is.
  • Leg alles schriftelijk vast. Alleen met een correct geregistreerde of notarieel vastgelegde akte telt uw pandrecht mee.
  • Denk vooruit bij concernstructuren. Zorg dat het pandrecht wordt gevestigd op het juiste niveau in het concern (bijv. op naam van de werkmaatschappij). Dat is het niveau waar de zekerheden zitten (een pandrecht op vorderingen verstrekt door een holding dekt alleen de vorderingen die de holding heeft, en wordt dus niet gevestigd op de handelsdebiteuren van de werkmaatschappij).

Samenvattend
De waarde van een pandrecht hangt niet alleen af van de inhoud van de akte, maar ook van uw plek in de rij. Wie als laatste komt, heeft vaak het nakijken. Zorg daarom dat u pandrechten tijdig en strategisch vastlegt.

Wilt u zeker weten dat uw pandrechten goed zijn geregeld? Neem dan contact op met Martijn Helmstrijd, via m.helmstrijd@oprecht.nl of 0229-285070. We kijken graag met u mee.